Logo
Peace and Security
navi

Recht op een duurzaam leefmilieu

Leefomgeving, duurzame productie en consumptie

De neoliberale logica is van nature verspillend en vernietigend.

De bestaande technieken volstaan om een antwoord te kunnen geven op de vitale noden van gans de mensheid. In de plaats daarvan creëren financiële kapitaalsgroepen kunstmatige behoeften in landen die beschikken over koopkracht waarbij zij de mensen en de natuurlijke rijkdommen uitbuiten van gans de planeet. De derde wereld is het kwetsbaarst. Elke dag sterven er meer dan 15 000 kinderen ten gevolge van honger en geneesbare ziekten. De klimaatswijziging vormt het grootste gevaar voor de planeet en een wereldwijde sociale ramp.

Visie van een nieuwe levensstijl:

Europa moet absoluut evolueren naar een nieuwe levensstijl van duurzame productie en consumptie. Zuinig omspringen met materialen en energie, radicaal de manier waarop wij consumeren veranderen door voorrang te geven aan hernieuwbare energiebronnen boven fossiele brandstoffen, de economische groei loskoppelen van de groei van het transport, de chemische en biologische veiligheid bewaken en een einde maken aan het verlies van biodiversiteit, dat alles is geen mogelijke optie maar een plicht.

De vitale belangen van de mensen en hun gezondheid gaan voor op de belangen van financiële groepen die steeds maar klagen over hun verlies aan « concurrentiekracht » - wat in feite betekent dat zij steeds meer winst willen. De Europese lidstaten moeten onderling geen concurrentie aangaan in de vorm van sociale, economische en milieudumping, maar samenwerken gericht op duurzaamheid: wij moeten de natuur en de samenleving overdragen aan de komende generaties in een staat die niet slechter is dan die waarin wijzelf ze gekregen hebben van onze voorouders.
Men moet beginnen “externe kosten” (gebruik van natuurlijke hulmiddelen, vervuiling, storten van afvalstoffen) te interioriseren, met een hervorming van de milieubelasting, inbegrepen het invoeren van de Tobintaks, en de invoering van een geheel van indicatoren die de duurzaamheid meten in plaats van ons te beperken tot één enkele indicator zoals vandaag met het bruto nationaal product (BNP) die geen rekening houdt met de kwaliteit van het leven.

Nieuwe globale benaderingen moeten economische, ecologische en sociale indicatoren bevatten.

We hebben een radicaal verschillende visie op ontwikkeling nodig, zuinig in het gebruik van natuurlijke rijkdommen, ecologisch, respectvol voor het milieu, met een focus op de ontwikkeling van het menselijk kunnen en met respect voor de culturele diversiteit, de bescherming van de natuur en van het maritieme milieu.
Nieuwe vormen van mobiliteit moeten toestaan energie te besparen door het stimuleren van het openbaar vervoer eerder dan private wagens, van de trein eerder dan verkeer over de weg of door de lucht, waarbij overbodig goederentransport wordt vermeden, bijvoorbeeld door tolheffingen en door belasting op brandstof voor weg- en luchttransport.

Alternatieve vormen van transport moeten worden gesteund die een combinatie vormen van lopen, fietsen en openbaar vervoer.

De natuurlijke rijkdommen, gemeenschapsgoederen van de mensheid.

Zij mogen niet onderworpen worden aan intellectuele eigendomsrechten en brevetten. Zij moeten buiten het private domein en buiten marktverhoudingen blijven, en openbaar beheerd worden met deelname van de burgers. Zij mogen niet worden onderworpen aan de handelsverdragen.
Water is een gemeenschapsgoed en toegang tot drinkwater is een grondrecht waarover ieder moet beschikken. Waterdistributie is een zaak voor openbare instellingen en het beheer ervan moet gepaard gaan met participatie van de burgers.
De consumptie van energie moet radicaal worden veranderd. Nieuwe keuzen dringen zich op vertrekkende van de volgende princiepen :meer zuinigheid met energie, diversifiëren van de energiebronnen met voorrang voor duurzame en hernieuwbare energiebronnen. Om energie te besparen moet niet vervuilend transport worden aangemoedigd en moet het openbaar vervoer worden ontwikkeld.
Ook de huisvesting moet strikte ecologische regels respecteren. Het volksgezondheidsbeleid moet rekening houden met de milieurisico’s.
Vervuilende industrieën moeten meer gereguleerd worden, meer bepaald wat betreft de productie en de commercialisatie van chemische stoffen.
De openbare instellingen moeten voldoende gezonde voeding waarborgen als grondrecht.

  Tegenover de multinationale ondernemingen die de boeren uitbuiten zijn nieuwe regels nodig die deze praktijken ontmoedigen. Niet vervuilende landbouwsystemen die arbeid boven kapitaal stellen, en korte distributiekanalen moeten worden bevorderd. Vervuilende landbouwpraktijken moeten worden ontmoedigd. De productie van GGO’s moet worden verboden (behalve in hermetisch afgeschermde milieus met het oog op fundamenteel onderzoek).

  Het principe van voedselsoevereiniteit, dit is het recht zelf te beslissen over het eigen landbouw- en voedselbeleid, moet voor alle gebieden en landen van de wereld worden gerespecteerd. De Europese landen hebben dus een bijzondere verantwoordelijkheid bij het uitwerken van hun landbouwbeleid en bij het aangaan van handelsverdragen met landen van het Zuiden. Dit landbouw- en handelsbeleid moeten fundamenteel worden herzien om het principe van de voedselsoevereiniteit te respecteren.

Vrede, gelijkheid, rechtvaardigheid, vrijheid, democratie, sociale en fundamentele rechten! Voor een ander Europa voor een andere solidaire wereld en een duurzaam leefmilieu!

Pictur Environment